Terug naar mijn antwoorden

Trombose / embolie bij jou of in jouw familie en kinderwens

Vraag advies vóórdat je zwanger wordt
Heb je je trombose of embolie (gehad) of zijn er andere problemen met het te snel stollen van bloed in jouw familie? En wil je zwanger worden? Maak dan vóórdat je stopt met anticonceptie en zwanger kunt worden een afspraak met je huisarts. Of de specialist waar je onder behandeling bent.

De gevolgen van trombose of een embolie op de zwangerschap verschillen per persoon. Daarom is persoonlijk advies erg belangrijk.

 

Trombose/embolie en zwanger worden  
Als je een verhoogd risico hebt op het krijgen van een trombose/embolie, is het verstandig om dit te bespreken voordat je zwanger wordt. Heb je bijvoorbeeld toen je nog niet zwanger was, of in een eerdere zwangerschap, al eens trombose/embolie gehad? Dan is bij een volgende zwangerschap de kans op trombose groter.

Problemen met de bloedstolling kunnen problemen geven in de zwangerschap. Tijdige behandeling is belangrijk.
Tijdens en na elke zwangerschap is er door veranderingen in je hormonen een kans op trombose. Dit komt onder andere doordat er meer stoffen in het bloed komen, die helpen bij het stollen van bloed (stollingsfactoren). Door de zwangerschap kunnen er ook veranderingen ontstaan in de snelheid van de bloedstroom en de vaatwand.
Ongeveer 1 op de 1000 zwangere vrouwen krijgt trombose of een embolie tijdens of na de zwangerschap. Dat gebeurt vooral in de eerste zes weken na de bevalling. Een kwart van deze vrouwen krijgt een longembolie. Als een longembolie al tijdens de zwangerschap gebeurt kunnen de moeder en de baby ernstig ziek worden. Door een embolie kan de moeder zelfs overlijden.
Je huisarts, gynaecoloog of internist zal tijdens het gesprek over je kinderwens met je bespreken of je bloed verdunnende medicijnen moet spuiten en wanneer je daarmee moet beginnen. Gebruik je deze medicijnen al, dan wordt besproken welke medicijnen het meest geschikt voor je zijn voor en tijdens je zwangerschap. Stop niet zelf met je medicijnen of met de anticonceptie zonder overleg met je arts.
Heb je één keer een trombose/embolie gehad, na een operatie of na een periode van heel weinig bewegen? Dan krijg je na de bevalling antistolling medicijnen, meestal voor 6 weken.

Heb je zelf trombose/embolie gehad:

  • één keer zonder duidelijke aanleiding (niet na een operatie of na een periode van heel weinig bewegen)?
  • één keer tijdens gebruik van de anticonceptiepil, een zwangerschap of in het kraambed?
  • of heb je vaker een trombose/embolie gehad?

Dan wordt er geadviseerd om antistolling (dagelijkse prikjes) te gebruiken tijdens je hele zwangerschap en kraambed. De juiste dosis zal worden voorgeschreven door de gynaecoloog of internist.

Heb je zelf geen trombose/embolie gehad, maar hebben één of meer eerstegraads familieleden (ouders, zuster/broer) een trombose/embolie gehad? Bespreek dit dan ook met je arts. Je hebt dan namelijk een verhoogd risico op het krijgen van een trombose/embolie in de zwangerschap. Dan kan er, voordat je zwanger wordt, onderzocht worden of het nodig is dat je bloed verdunnende medicijnen slikt tijdens de zwangerschap.
 

Je zwangerschap en je baby
Als stollingsproblemen niet op tijd behandeld worden voor en tijdens de zwangerschap kunnen er, behalve een trombose of longembolie, ernstige problemen ontstaan. Zoals een pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), onvoldoende doorbloeding van de placenta (moederkoek), of groei achterstand van de baby. Als je op tijd de juiste antistolling medicijnen slikt, heeft  je verhoogde risico op trombose meestal geen gevolgen voor je zwangerschap en de baby.

 

Kans dat de baby ook trombose krijgt
Soms komt trombose vaker voor binnen één familie. Dan kunnen meerdere familieleden een afwijking hebben in de bloedstolling. Maar iemand met zo’n erfelijke afwijking krijgt niet altijd trombose. Trombose ontstaat vaak pas als er verschillende risicofactoren tegelijk zijn. Er zijn een aantal erfelijke aandoeningen die trombose kunnen veroorzaken. De  manier van overerven hangt af van de aandoening. Komt zoiets voor in je familie, bespreek dit dan met je arts. Hij of zij kan met je bespreken hoe groot jouw kans is op de aandoening en hoe groot de kans is dat je baby dit krijgt.

Belangrijke punten voor het gesprek met je arts

  • Als je in het verleden trombose/ embolie hebt gehad, besprek dit dan met je arts. Bij een volgende zwangerschap is de kans op trombose groter.
  • Bespreek met je arts of je antistolling medicijnen moest slikken en wanneer je daarmee moet beginnen. Gebruik je deze medicijnen al? Dan kunnen jullie bespreken welke medicijnen het meest geschikt voor je zijn.
  • Heb je zelf geen trombose/embolie gehad maar wel één of meer eerstegraads familieleden (ouders, zuster/broer)? Bespreek dit dan ook met je arts.
  • Het is van belang dat alle betrokken hulpverleners gezamenlijk een geboortezorgplan in je dossier opnemen. Alle afspraken over de begeleiding bij het zwanger worden, zwangerschap, bevalling en kraamperiode komen hierin bij elkaar te staan. Wij raden je aan om hier ook naar te vragen.

 

Kenniscentrum medicijnen en zwangerschap 

Wil je voor of na het gesprek met je huisarts of specialist meer weten over de veiligheid van jouw medicijn? Ga dan naar de website van Moeders van Morgen Lareb. Daar kun je jouw medicijn opzoeken via https://www.lareb.nl/mvm-kennis.


Meer informatie

  • Zwangerschap en antistolling (Trombosedienst)
  • Zwangerschap en trombose (Trombosestichting) Hier vind je ook informatie over zwanger worden na trombose.
  • Boek “Gezond zwanger worden. Handboek preconceptiezorg.” Eric A.P. Steegers, Annemarie Mulders, Yves Jacquemyn en Anjo Geluk (2023). Uitgeverij Garant. Zie o.a. hoofdstuk 14.

 

Bronnen

 

Dit informatieblad is tot stand gekomen in samenwerking met diverse experts.

 

Terug naar mijn antwoorden