Terug naar mijn antwoorden

Infecties bij kinderwens en zwangerschap

Vraag advies aan de bedrijfsarts vóórdat je zwanger kunt worden

Heb je in je werk of thuis meer kans op een infectie? En heb je een kinderwens? Bespreek dit dan met je bedrijfsarts of huisarts. Dat kun je het beste doen vóórdat je stopt met anticonceptie.
Heb je geen bedrijfsarts? Neem dan contact op met je huisarts, verloskundige, gynaecoloog of werkgever.

Of en de mate waarin een infectie gevolgen heeft voor je zwangerschap, verschilt van persoon tot persoon. Daarom is persoonlijk advies erg belangrijk.

Let op: je kunt ook thuis een infectie krijgen. Bijvoorbeeld door nauw contact met kleine kinderen, het eten van rauw vlees, contact met dieren of met blote handen in de tuin werken.
 

Wat zijn infecties en waar komen ze vaker voor?

Infectieziekten ontstaan door besmetting met virussen, bacteriën, parasieten of schimmels. Deze ziekteverwekkers kunnen op verschillende manieren worden overgebracht op mensen.
Door:

  • zieke of kleine kinderen
  • zieke mensen
  • dieren
  • werken in de natuur in bossen of plantsoenen
  • het werken met en eten van rauw vlees
  • werken met afval(water)
  • werken met bloed, braaksel, poep of andere lichaamsvloeistoffen (ook via afval)
  • ontlasting (ook via afval)

Als je hiermee in aanraking komt heb je meer kans om een infectie te krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor beroepen in de gezondheidszorg, de kinderopvang, het onderwijs, de thuiszorg, de dierverzorging, de afvalverwerking, de voedselindustrie of in de vleesverwerking. Ook mensen die veel in de natuur werken hebben meer kans om een infectie te krijgen. 

 

Infecties en zwanger worden / zwanger zijn

Bespreek je kinderwens al voordat je zwanger kunt worden met je bedrijfsarts, huisarts of verloskundige. Soms kunnen infecties al problemen geven rond de bevruchting; je kunt minder vruchtbaar worden. Het duurt dan bijvoorbeeld langer voordat je zwanger wordt.
Van sommige infecties kun je zelf ziek worden, dat kan dan ook schadelijk zijn voor je ongeboren kind.
Maar ook als je zelf niet ziek wordt, kan een infectie een risico zijn voor je ongeboren baby. Bij bepaalde infecties is de kans groter dat je een miskraam krijgt, of dat je baby te vroeg geboren wordt of een laag geboortegewicht heeft. Soms is er ook meer kans op een aangeboren aandoening of het overlijden van de baby voor de geboorte (doodgeboorte).
Van bepaalde infecties weten we dat ze als je zwanger bent extra gevaarlijk kunnen zijn. Dat zijn rodehond (rubella), toxoplasmose, parvovirus (5e ziekte) en cytomegalie virus (CMV).
 

Rodehond (rubella)
In Nederland worden kinderen en volwassenen sinds 1974 ingeënt (geprikt) tegen rodehond. Als je ingeënt bent, staat dit op je vaccinatiekaart. Sinds 1987 zit de prik tegen rodehond in de BMR-prik (bof, mazelen en rode hond). De BMR-prik zit in het Rijksvaccinatieprogramma.
Wil je zwanger worden en weet je niet zeker of je ooit bent ingeënt tegen rodehond? In dat geval kun je getest worden op antistoffen. Die test is aan te raden; zeker als je werkt met kleine kinderen en/of veel contacten hebt met kleine kinderen.
Als je geen antistoffen hebt kun je gevaccineerd worden tegen rodehond met het BMR vaccin. Je mag daarna dan vier weken niet zwanger worden. Dus stop dan niet met anticonceptie.

Parvovirus (5e ziekte)
Als je door je werk vaak in contact komt met kleine kinderen kun je getest worden op antistoffen tegen het parvovirus (5e ziekte). Als je geen antistoffen hebt, mijdt dan je werkplek in geval van een uitbraak van deze infectieziekte. Er is geen vaccinatie tegen parvovirus.

Waterpokken (varicella)
Als je geen waterpokken hebt gehad of niet zeker weet of je dit ooit gehad hebt, kun je getest worden op antistoffen. Als je geen antistoffen hebt en je werkt met kleine kinderen kun je gevaccineerd worden tegen waterpokken. Je mag daarna dan vier weken niet zwanger worden. Dus stop dan niet met anticonceptie.

Cytomegalievirus (CMV)
Vooral als je tijdens de eerste 24 weken van je zwangerschap besmet wordt met het cytomegalievirus kan dat gevolgen hebben voor de baby. Er is nog geen vaccinatie voor CMV virus. De enige mogelijkheid die er nu is om infectie te voorkomen, is goed handen wassen met water en zeep (handhygiëne na aanraking met speeksel en urine).

Toxoplamose
Als je eenmaal besmet bent geweest met de Toxoplasmosis-parasiet heb je antistoffen. Veel mensen zijn zonder het te weten al eens besmet geweest en zijn dan beschermd. Maar een groot deel van de zwangere vrouwen (ca 55%) heeft geen antistoffen tegen toxoplasmose.
Het is daarom beter om geen (ongewassen) rauwe voedingsmiddelen te eten. Bijvoorbeeld ongewassen groenten of koeien-, schapen of varkensvlees dat niet goed is gekookt of gebraden. De toxoplasmose-parasiet kan ook in de poep van katten zitten. Daarom kun je als je zwanger wilt worden of zwanger bent het beste:

  • Iemand anders de kattenbak laten verschonen en goed te laten schoonmaken.
    Als je toch zelf de kattenbak schoonmaakt, draag dan handschoenen en was je handen daarna goed.
  • Bij het tuinieren handschoenen dragen en daarna je handen goed te wassen.
     

Wat kun je doen om de risico’s kleiner te maken?
Je kunt het beste op tijd nadenken over maatregelen om te voorkomen dat je een infectie krijgt of die er voor zorgen dat de kans kleiner wordt. Misschien moet je werk daarvoor worden aangepast. Bespreek dit zo vroeg mogelijk met je bedrijfsarts of vraag aan je partner/huisgenoten om bv de kattenbak schoon te maken. Het liefst vóórdat je stopt met anticonceptie en zwanger kunt worden. Het advies van de bedrijfsarts kun je zo nodig bespreken met je werkgever.

LET OP: Misschien heb je voldoende antistoffen tegen de infectieziekten waarmee je op je werk in aanraking komt en ben je er immuun voor. Je kunt dan niet ziek worden van die infectieziekten.

Als je niet zeker weet of je immuun bent, kun je dit (laten) onderzoeken. Het is verstandig om dit te doen vóórdat je zwanger wordt. Tegen sommige infectieziektes kun je dan alsnog ingeënt worden. De kosten daarvan zijn voor je werkgever. Je kunt deze mogelijkheden bespreken met de bedrijfsarts.
Ga daarom naar je bedrijfsarts voordat je zwanger bent. Er is dan tijd om eventueel onderzoek te doen, bijvoorbeeld of je antistoffen hebt. En je werk kan dan ook op tijd worden aangepast. Op het open spreekuur kun je terecht met vragen. Wat je met de bedrijfsarts bespreekt valt onder medisch geheim.
Het advies van de bedrijfsarts kun je zo nodig bespreken met de werkgever. Bespreek met je bedrijfsarts op welke manier je dat het beste kunt doen.
Heb je geen bedrijfsarts? Ga dan naar de huisarts of verloskundige. Zij kunnen voor meer informatie contact opnemen met het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

Wat kun je nog meer doen?

  • Werk zo hygiënisch en veilig mogelijk
  • Zorg voor een schone werkplek en draag schone werkkleding.
  • Eet, drink en rook niet op je werkplek, maar in een aparte ruimte zoals een kantine.
  • Was na het werk goed je handen.
  • Zoek uit wat de risicovolle werkzaamheden zijn.
  • Laat je goed uitleggen hoe je zo veilig mogelijk kunt werken.
  • Volg voorschriften nauwkeurig op.
  • Werk met goede ventilatie en beschermingsmiddelen.

Heb je vragen over jouw persoonlijke situatie? Vraag advies aan de bedrijfsarts. Heb je geen bedrijfsarts?
Ga dan naar de huisarts of verloskundige. Zij kunnen voor meer informatie contact opnemen met het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB).

Wat moet je werkgever doen?

Je werkgever moet zorgen dat je veilig en gezond kunt werken. Je werkgever mag je geen werk laten doen dat schadelijk kan zijn voor jou of je ongeboren kind.

  • Je werkgever kan je informeren over de infecties die je kunt oplopen. Bijvoorbeeld over het soort ziekteverwekker, het risico op besmetting, en over beschermende maatregelen. Als je zwanger bent, zijn soms aanvullende maatregelen nodig. Al bij je indiensttreding kan je werkgever je hierover meer vertellen.
  • De werkgever kan, in overleg met jou, laten onderzoeken of je immuun bent voor bepaalde infectieziektes. Je kunt dat het beste doen zodra je zwanger wil worden. Maar je kunt het ook al doen als je in dienst komt. Als je niet immuun bent, kun je je tegen sommige infectieziektes laten vaccineren (inenten). De kosten daarvoor zijn voor de werkgever.
  • Als er te grote risico's of onzekerheden blijven bestaan, dan kan je werk worden aangepast. In het uiterste geval krijg je tijdelijk ander werk aangeboden. Of je wordt vrijgesteld van werken.
  • Je bent niet verplicht om werk te doen waarbij je in contact kunt komen met het virus dat rodehond veroorzaakt (rubellavirus) of met de parasiet die toxoplasmose kan veroorzaken (als je met katten werkt). Behalve als je voldoende antistoffen hebt.

Twijfel je over mogelijke gevaren? Vraag dan advies aan je bedrijfsarts, huisarts of verloskundige.

 

Meer informatie


Bronnen

 

Dit informatieblad is tot stand gekomen in samenwerking met diverse experts.

 

Terug naar mijn antwoorden