Terug naar mijn antwoorden

Hartziekten en kinderwens

Vraag advies vóórdat je zwanger wordt

Heb je een hartziekte of een aangeboren hartaandoening en een kinderwens? Maak vóórdat je stopt met anticonceptie zoals pil, condoom of spiraaltje een afspraak met je huisarts of specialist (cardioloog of gynaecoloog). Je hartziekte kan invloed hebben op jouw gezondheid tijdens de zwangerschap, de zwangerschap en je ongeboren kind.

 

Of en welke gevolgen je hartziekte heeft voor de zwangerschap verschilt van persoon tot persoon. Daarom is persoonlijk advies belangrijk.

 

Hartziekten en zwanger worden

Vrouwen met hartziekten zijn meestal even vruchtbaar als vrouwen zonder hartziekten. Een zwangerschap betekent wel dat er meer bloed door je lichaam gaat. Je hart moet ongeveer 40% harder werken, negen maanden lang. Dat geldt voor alle zwangeren. Maar als je hart minder goed werkt, kan dat problemen geven.

 

Je cardioloog zal een aantal onderzoeken doen om te kijken of het veilig is voor jou om zwanger te worden. Bijvoorbeeld een fietstest en een echo van het hart. Dan kan je arts vaststellen of je te weinig zuurstof hebt als je je inspant. De fietstest voorspelt of je tijdens de zwangerschap problemen krijgt, omdat een zwangerschap ook extra inspanning kost.

 

Sommige medicijnen voor je hart zijn niet goed voor je baby. Deze medicijnen kunnen het risico op afwijkingen van de baby vergroten. Met je specialist (cardioloog en gynaecoloog) bespreek je welke medicijnen je moet blijven gebruiken voor of tijdens de zwangerschap en welke je moet veranderen. Door de zwangerschap verandert bijvoorbeeld ook het effect van medicijnen. Daarom heb je tijdens de zwangerschap bijvoorbeeld meer digoxine nodig. Dat is een medicijn dat de kracht vergroot waarmee de hartspier samentrekt.

 

Met bepaalde medicijnen, zoals ACE- remmers tegen hoge bloeddruk, moet je stoppen voordat je zwanger kunt worden. Na drie maanden wordt eerst bekeken hoe je daarop reageert. Pas als het goed gaat, is het veilig om zwanger te worden.

 

De problemen die kunnen ontstaan door de hartziekte zijn afhankelijk van het soort en de ernst van je hartziekte en je gezondheid. Vaak kun je met goede behandeling en begeleiding met een hartziekte veilig zwanger worden. Maar bij sommige ernstige hartziekten is het advies om niet zwanger te worden.

 

Je zwangerschap en je baby

Vrouwen met hartziekten worden tijdens de zwangerschap begeleid door een gynaecoloog en cardioloog. Vrouwen met hartziekten hebben een verhoogd risico op:

  • Problemen met de bloedstolling (bijvoorbeeld trombose, longembolie en een herseninfarct)
  • Hartritmestoornissen, hartfalen en overlijden
  • Baby met een te laag geboortegewicht voor de duur van de zwangerschap
  • Te vroeg geboren baby
  • Overlijden van de baby voor of rondom de geboorte
  • Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap
  • Zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie)
  • (Late) miskramen

 

Hoe groot deze risico’s zijn wordt vooraf ingeschat door de cardioloog, na onderzoek. De bevalling gebeurt in het ziekenhuis onder begeleiding van een gynaecoloog. Een vaginale bevalling is mogelijk. Maar vrouwen met hartziekten bevallen vaker met een keizersnede dan vrouwen zonder hartziekten.

Vrouwen die antistolling gebruiken hebben meer kans op bloedingen tijdens de bevalling. De meeste vrouwen met een aangeboren hartafwijking krijgen tijdens de bevalling antibiotica om te voorkomen dat er een infectie ontstaat aan het hart of de hartkleppen. De eerste maanden na de bevalling is het risico op problemen van je hart tijdelijk verhoogd door hormonale veranderingen. Kortom voor, tijdens en na de bevalling zul je begeleid worden.

 

Kans dat je baby ook een hartziekte krijgt

Een klein deel van de hartziekten is erfelijk. Er zijn verschillende soorten erfelijke en/of aangeboren hartziekten: erfelijke hartspierziekten, erfelijke hartritmestoornissen en aangeboren afwijkingen in de vorm of bouw van het hart. De manier waarop de hartziekte overerft verschilt per soort. Erfelijke hartspierziekten en erfelijke hartritmestoornissen erven vaak autosomaal dominant over. Dat betekent dat als één van de ouders de erfelijke hartziekte heeft, er een kans is van 1 op de 2 (50%) dat je baby ook de hartziekte krijgt. Bij aangeboren afwijkingen in de vorm of bouw van het hart spelen zijn er meer oorzaken dan alleen erfelijkheid. Maar als één van de ouders een aangeboren hartziekte heeft, is de kans tot 50% groter dat je baby ook de hartziekte krijgt.

 

Je (huis)arts kan je verwijzen naar een klinisch geneticus (erfelijkheidsarts). Deze arts bespreekt met je wat je kunt doen om te voorkomen dat je kind de hartziekte krijgt. Soms is bijvoorbeeld preïmplantatie genetische test (PGT) mogelijk. Dan word je zwanger door een IVF behandeling. De eicel wordt bevrucht buiten de baarmoeder. Alleen embryo’s die de ziekte niet hebben, worden in de baarmoeder geplaatst.

 

Als bekend is door welke fout in het DNA een hartziekte veroorzaakt wordt, kan ook een vruchtwaterpunctie of vlokkentest gedaan worden om te kijken of je baby de hartziekte heeft geërfd.

 

Belangrijke punten voor het gesprek met je arts

  • Stop nooit met je medicijnen zonder overleg. Het is belangrijk om te bespreken welke medicijnen je vóór, tijdens en na de zwangerschap kunt of moet blijven gebruiken.
  • Het is van belang dat al vóór je zwangerschap wordt onderzocht hoe goed jouw hart werkt.
  • Tijdens en na je zwangerschap moet je hart regelmatig gecontroleerd worden.
  • Vrouwen met een aangeboren hartafwijking krijgen een uitgebreide echo (GUO) bij 20 weken zwangerschap waarbij naar de vorm en bouw van het hart van je baby gekeken wordt.
  • Tijdens de zwangerschap word je begeleid door een gynaecoloog en een cardioloog. De controles worden gedaan in het ziekenhuis.
  • Het is belangrijk dat de groei van je baby wordt gecontroleerd tijdens de zwangerschap. Daarom wordt er regelmatig een echo gemaakt door een gynaecoloog.
  • Je bevalling gebeurt in een gespecialiseerd ziekenhuis onder begeleiding van een gynaecoloog.
  • Bespreek de gevolgen van je aandoening voor je baby en mogelijke onderzoeken die je kunt laten doen.

Het is belangrijk dat alle betrokken hulpverleners samen een behandelplan in je dossier zetten. Alle afspraken over de begeleiding bij het zwanger worden, zwangerschap, bevalling, kraamperiode en (borst)voeding komen hierin bij elkaar te staan. Wij raden je aan om hier zelf op aan te dringen.

 

Meer informatie

 

@ZwangerWijzer 2023
Dit informatieblad is tot stand gekomen in samenwerking met diverse experts en gebaseerd op richtlijnen en medisch-wetenschappelijke literatuur. De bronnen vind je in de Bronnenlijst ZwangerWijzer

 

 

Terug naar mijn antwoorden