logo ZwangerWijzer

Heeft u de vragenlijst zojuist ingevuld? Dan staat het resultaat nog open in een ander venster van uw browser. U kunt terug door deze pagina weg te klikken.

Hemofilie en kinderwens

 


Vraag advies vóórdat u zwanger wordt

Heeft u (of uw partner) hemofilie en heeft u een kinderwens, dan kunt u het beste vóórdat u zwanger wordt een gesprek hebben met uw huisarts of specialist. Misschien heeft uw aandoening namelijk invloed op uw zwangerschap en uw ongeboren kind. Ook als u zelf geen hemofilie heeft maar het wel in uw familie voorkomt, kan het zinvol zijn om een gesprek te hebben. Hieronder kunt u daar meer over lezen.

Of en de mate waarin hemofilie of het dragerschap van hemofilie gevolgen heeft voor de zwangerschap verschilt van persoon tot persoon.


De toekomstige moeder

Vanwege de manier waarop hemofilie overerft (zie ook hieronder), hebben maar heel weinig vrouwen hemofilie. Wanneer de aandoening in de familie voorkomt, kan een vrouw echter wel draagster zijn. Dit betekent dat zij zelf niet ziek is, maar de aandoening wel door kan geven aan haar kinderen. Sommige draagsters van hemofilie hebben wel iets meer kans op bloedingen dan normaal.

Omdat vrouwen met hemofilie heel zeldzaam zijn, gaat deze tekst alleen over draagsters van deze aandoening.


De zwangerschap en de baby

Meestal verloopt de zwangerschap van draagsters van hemofilie normaal. Er is wel een verhoogde kans op nabloedingen na de bevalling.

Als de baby hemofilie heeft, is er een verhoogde kans op bloedingen aan of in het hoofd tijdens de bevalling. Dit betekent dat bij de bevalling liefst geen gebruik gemaakt dient te worden van hulpmiddelen zoals een verlostang of zuignap.


Kans dat de baby ook hemofilie krijgt

Hemofilie is erfelijk en erft X-chromosomaal over. Dit betekent dat het gen voor de aandoening op het X-chromosoom zit.
  • Als de moeder draagster is van hemofilie, hebben haar zoons 50% kans om de aandoening te krijgen. Dochters hebben dan 50% kans om draagster te worden.
  • Als de vader hemofilie heeft (en de moeder geen draagster is), hebben dochters 100% kans op draagsterschap. De zoons krijgen geen van allen hemofilie en zijn ook geen drager.

Andere belangrijke punten voor het gesprek met uw arts

  • Als u medicijnen gebruikt, is het belangrijk om te bespreken welke medicijnen u vóór en tijdens de zwangerschap kunt gebruiken.
  • Als hemofilie voorkomt in de familie van de vrouw is het mogelijk om met behulp van DNA-onderzoek vast te stellen of zij draagster is van de aandoening. Omdat het een aantal maanden kan duren voordat de uitslag van DNA-onderzoek bekend is kan dit het beste vóór de zwangerschap gedaan worden.
  • Het is aan te raden om bij vrouwen die draagster zijn de hoeveelheid stollingsfactoren in het bloed te meten vóór de zwangerschap en rond 28 en 34 weken zwangerschap. Als de stollingsfactoren onder de 60% liggen, kan een behandeling nodig zijn om de kans op bloedingen te verkleinen.
  • Het is mogelijk om behulp van prenatale diagnostiek al tijdens de zwangerschap te bepalen of de baby hemofilie heeft. Op deze manier kunt u voorbereid zijn op mogelijke problemen voor de baby tijdens de bevalling. Als u ervoor kiest om geen prenatale diagnostiek te laten doen, is het in elk geval van belang om te laten onderzoeken of het een jongetje is. Dit kan bepaald worden met een echo. Dit omdat hemofilie bijna alleen bij jongetjes voorkomt.
  • Als de baby een jongetje is, vindt de bevalling plaats in het ziekenhuis. Een kunstverlossing (zoals met behulp van een tang of zuignap) brengt risico’s met zich mee als de baby hemofilie heeft. Als er problemen ontstaan bij de bevalling, wordt daarom vaker een keizersnede uitgevoerd.
  • Als de baby een jongetje is, kan hij kort na de bevalling getest worden op hemofilie.

Het is van belang dat alle betrokken hulpverleners gezamenlijk een behandelplan in uw dossier opnemen. Alle afspraken over de begeleiding bij het zwanger worden, zwangerschap, bevalling en kraamperiode komen hierin bij elkaar te staan. Wij raden u aan om hier zelf op aan te dringen.


Meer informatie


Laatste update

24 november 2006

Bron

Deze tekst is tot stand gekomen in samenwerking met prof.dr. E.A.P. Steegers.




© Stichting Erfocentrum en Erasmus MC 2004-2009

Logo Erfocentrum Logo Erasmus MC

Disclaimer
Deze tekst is tot stand gekomen in samenwerking met diverse deskundigen en geeft de stand van zaken weer op basis van beschikbare kennis. De tekst heeft tot doel diegenen die dat betreft te stimuleren preconceptioneel advies te vragen aan hun arts en/of verloskundige. De auteurs zijn niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onjuistheden. Voor een persoonlijk advies raden wij u aan om uw huisarts, verloskundige of gynaecoloog te raadplegen.